Wederopbouwarchitectuur in de Zaanstreek

Geplaatst op: 3 januari 2020

De Beatrixtoren, Peperstraat. Ontwerp door architecten W. A. Ulrich en B.J.F. Kamphuis. Bron: GAZ, bouwvergunningen d.d. 12 juli 1962.

Een eerste aanzet tot bescherming

‘Respectloos!’ zei Paul Carree enigszins gelaten toen ik na afloop van de algemene ledenvergadering van Zaans Erfgoed op 7 april 2018 in de Paaskerk met hem nog even genoot van het prachtige monumentale gebouw. ‘Heb je dat gezien, de ramen zijn direct in het beton gezet, een van de kenmerken van de wederopbouwarchitectuur. Maar die grote rode brandslanghaspel’, recht onder het, door Karel Appel in een appliquétechniek ontworpen raam de zesde dag (Adam en Eva), ‘daar had in overleg met de brandweer toch best een mooiere oplossing voor gevonden kunnen worden’.

door Cees Kingma

Ik was het met hem eens dat er weinig respect is voor alles wat na de Tweede Wereldoorlog in de Zaanstreek is gebouwd. De traditionele Zaanse houtbouw kreeg, o.a. via ‘Gebouwd in de Zaanstreek’ van S. de Jong en J. Schipper uit 1987, ruime aandacht. Ook de industriële bouwwerken kregen, via ‘Van Wind naar Stoom’ van J. Schipper en M. Huig uit 2008, de nodige publiciteit. Heel veel van de in die boeken beschreven objecten zijn gemeentelijk of zelfs rijksmonument geworden. Er is tot nu toe één wederopbouwobject in Zaanstad als gemeentelijk monument voorgedragen: de Juliana van Stolbergschool aan de Nicolaes Maesstraat 2 te Zaandam.

Wethouder Monumenten en erfgoed Natasja Groothuismink: ‘Als je meer weet over de architectuur van de wederopbouw gaat die meer leven en ga je hem meer waarderen. Tenminste, zo werkt dat bij mij. Cees Kingma beschrijft prachtige gebouwen, verborgen parels. Hopelijk groeit hierdoor de aandacht voor deze architectuur en krijgen we meer inzicht in de meest waardevolle panden uit deze tijd. Een inventarisatie van de Wederopbouw is voor ons daarom ook belangrijk en we zijn blij met het werk dat de werkgroep wederopbouwarchitectuur heeft verricht. De inventarisatie kunnen we goed gebruiken als input voor ons erfgoedbeleid, de omgevingsvisie en het omgevingsplan dat er gaat komen’.

Het hoofdkantoor van Albert Heijn aan het Ankersmidplein, Zaandam omstreeks 1992. Foto: Wim de Jong, GAZ 21.18278

Veel herstel en nieuwbouw na 1945
De bouwproductie direct na de Tweede Wereldoorlog was bijzonder hoog, de oorlogsschade moest worden hersteld, de (woning)bouw had (op last van de bezetter) sinds 1 juni 1942 volledig stilgelegen en de economie moest volledig op de schop onder het motto ‘nooit meer honger’. Zeker in de eerste na-oorlogse jaren was er gebrek aan goede en voldoende bouwmaterialen en aan geschoolde arbeiders om al die werken uit te voeren. Toch zijn er in die moeilijke periode architectonische en bouwkundige hoogstandjes tot stand gekomen. Maar veel van de naoorlogse wijken zijn nu onderdeel van een ‘transformatieopgave’, een mooi woord voor sloop.

Religieus erfgoed
Een sprekend voorbeeld van het sloopbeleid is de gereformeerde Vredekerk, op de hoek van de Heiligeweg en de Eikelaan in Krommenie uit 1967. De kerk werd ontworpen door architect D.J. Waagmeester uit Zaandam. Het gebouw werd ook gebruikt voor profane bijeenkomsten, zoals een presentatie van gemeentelijke plannen of de opening van het jubileumjaar 750 Jaar Krommenie. Amper 40 jaar oud werd de kerk in 2008 gesloopt om plaats te maken voor appartementen. Zo’n zelfde lot trof de r.-k. Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk aan de Dominee Martin Luther Kingweg in Zaandam. Deze kerk uit 1964, ontworpen door de Rotterdamse architect H.N.M. Nefkens, was bij architectuurliefhebbers vooral bekend om z’n kleurige figuratieve glas-in-lood ramen in de (naar het noorden gerichte) koorwand. Op 7 februari 2010 werd deze kerk na 45 jaar definitief gesloten met een eucharistieviering. En pas 55 jaar oud werd dit toonbeeld van de Wederopbouw gesloopt.

De eerste torens in Zaandam
Niet alleen de sacrale gebouwen uit de wederopbouwperiode vragen onze aandacht. De skyline van Zaandam werd begin jaren zestig nog gedomineerd door een enkele fabriek van vier verdiepingen of een grote silo, zoals die van Zwaardemaker langs de Zaan. Daar kwam verandering in door de bouw van de Beatrixtoren aan de Nieuwe Dam (later Peperstraat) in 1962 door de architecten W.A. Ulrich en B.J.F. Kamphuis uit Amsterdam. In 1970 volgde de AH-toren aan het einde van de Gedempte Gracht (Ankersmidplein). Deze 70 meter hoge toren werd ontworpen door de Rotterdamse architect E.F. Groosman. De gevelbeplating ervan is opmerkelijk; iedere afzonderlijke gevelplaat werd door een kunstenaar bewerkt waardoor deze uniek is. Inmiddels zijn de gebouwen omringd door de hoogbouw van o.a. het Masterplan Inverdan. In het nieuwe stedenbouwkundig plan MAAK.Zaanstad 2040 is er al geen plaats meer voor de Beatrixtoren en voor de AH-toren moet worden gevreesd.

Ruimtelijke ordening
Aanvankelijk was het stedenbouwkundige plan een voorzetting van de planologie van voor de Tweede Wereldoorlog. Lange straten met gelijkvormige woningen. Een goed voorbeeld daarvan is de Bomenbuurt in Zaandam. De Acaciastraat, Lijsterbesstraat en Meidoornstraat, westelijk van de Wibautstraat, zijn voor de oorlog gebouwd. De Sparrestraat, Cederstaat, Coniferenstraat en Dennestraat, oostelijk van de Wibautstraat, zijn van daarna. Het principe was ongewijzigd; veel gelijkvormige woningen in één straat verhoogde de productie en hield de woningen betaalbaar. Ruim de helft van de zes miljoen woningen die in de eerste eeuw na de Woningwet van 1901 in Nederland werden gebouwd, waren rijtjeshuizen.

Aanleg van Poelenburg Zaandam, beginjaren ’60. Wijk met ruime openbare plantsoenen, winkels, wijkgebouw en sporthal. Foto: Cees de Haan, GAZ 22.02298

Toepassing van etagebouw
Geleidelijk veranderde de stedenbouwkundige planologie. Er kwamen meer wijken met een percentage etagebouw van drie of vier lagen en een torenflat, zodat er meer ruimte kwam voor openbaar groen. Elke wijk zou zelfvoorzienend moeten zijn; er werden dus overal scholen, winkels, buurtcentra, kerken e.d. gepland. De combinatie van rijtjeshuizen, etagebouw en torenflat werd diverse malen herhaald. Mooie voorbeelden van dat ‘stempelen’ zijn het Kogerveld, Poelenburg, het Hoornseveld en het Peldersveld. In al deze eenvormige wijken werden de sloten gedempt en werd het stratenpatroon een aantal malen herhaald.

Nieuwere stedenbouw
Maar er werd in de Zaanstreek ook geëxperimenteerd met nieuwe stedenbouwkundige vormen. Sprekend voorbeeld daarvan is Plan Kalf. Het oude verkavelingspatroon met z’n sloten werd op een aantal punten gehandhaafd. Er was duidelijk geen sprake van stempelen; diverse architecten werden uitgenodigd hun bouwplannen in te dienen. En er kwamen vrij- liggende fietspaden met tunneltjes naar het winkelcentrum onder de doorgaande weg in de wijk. Unieke bouwprojecten vulden de wijk. Sprekend voorbeeld is het halfronde flatgebouw aan het Kolonelsdiep, ontworpen door Kees Rijnboutt (Architektengroep VDL uit Amsterdam).

Plan Donker in Zaandijk
Het meest innovatieve uitbreidingsplan werd, met inspraak van de toekomstige bewoners, gemaakt voor het terrein van houthandel Donker in Zaandijk. Lang leek het er op dat de Amsterdamse architect Piet Blom zijn kashba-woningen zou mogen realiseren in Zaandijk. Maar Woningbouwvereniging Zaandijk, die uiteindelijk de grond in bezit kreeg, liet in een artikel in De Typhoon van 14 september 1973 weten: ‘Voor terrein-Donker zijn in de afgelopen jaren verschillende plannen gemaakt. Het meest bekend was het “kashba”-plan van de werkgroep “Boetje Zaandijk”. Deze plannen zijn financieel niet haalbaar.’ Een ander belangrijk punt uit de plannen bleef wel gehandhaafd: ‘Bedoeling is de bestaande eilandenstructuur van het terrein te handhaven. De auto zal er geen toegang hebben, zodat verkeersvrije looppaden de toegang tot de woningen zullen vormen.’ Wie nu door het wijkje loopt, zal echter nog veel van de ideeën van Piet Blom terugvinden, zoals de woningen die zijn gebouwd op betonnen kolommen, waardoor er heel bijzondere doorkijkjes zijn ontstaan zoals bij de Domineestuin. Het was een van de eerste uitbreidingsplannen waar de toekomstige bewoners mochten meedenken over de invulling.

Fabrieksmatige bouwwijze
Efficiëntie was de opdracht aan de bouwers voor de volkshuisvesting. Systeembouw was daarbij een sleutelwoord. Een heel mooi voorbeeld van deze fabrieksmatige bouwwijze zijn de negentien Airey-woningen aan de Oranjeboomstraat in Westzaan. Een uit Engeland overgewaaid systeem waarbij met betonnen prefab-elementen snel en eenvoudig standaard- woningen konden worden gebouwd. In de Zaanstreek bestond zelfs een fabriek voor de industriële productie van woningen: Indeco-Coignet in de Achtersluispolder in Zaandam werd in de zomer van 1964 geopend door prins Bernhard. Het bedrijf maakte, volgens het zogenaamde ‘Coignetsysteem’, betonnen bouwelementen waarvoor in de jaren van woningnood een grote markt was. Een andere afdeling van Indeco functioneerde als bouwbedrijf. Het gebruikte de in de fabriek gemaakte bouwelementen voor het in systeem bouwen van flats. De flats in Rooswijk (Zaandijk) werden in het midden van de jaren zestig met dit systeem gebouwd.

De Bannehof
Nog een bekend voorbeeld van prefab-systeem bouw, ontwikkeld door aannemer Nelissen uit Haarlem, was het gemeentehuis van Zaanstad, dat het bestuurlijk centrum moest worden van het per 1 januari 1974 uit zeven gemeenten samengevoegde Zaanstad. De Bannehof werd, in het verder vrijwel lege Guisveld, gebouwd in de jaren 1974-’75. Het ontwerp was van ir. Remmert Huibert Winkel, chef van het gemeentelijk architectenbureau. Het gebouw werd in sneltreinvaart gerealiseerd; in augustus 1973 startte hij de tekenwerkzaamheden, op 4 oktober werd het schetsontwerp met raming van de kosten aangenomen door de Ontwikkelingsraad van Zaanstad. Op 15 januari 1974 werd de eerste paal geslagen en precies een jaar later werd het stadhuis opgeleverd. De inrichting (inclusief de raadszaal) was in handen van de Zaandamse (binnenhuis)architect Willem Kruiswijk. Het nieuwe stadhuis zou een centrale plaats krijgen in de nieuwe woonwijk Guisveld. Het liep allemaal heel anders, het Guisveld bleef praktisch onbebouwd en het stadhuis verhuisde naar een nieuwe locatie bij het station van Zaandam. Nog geen veertig jaar oud werd de Bannehof in 2012 alweer gesloopt.

Moderne woningbouw
Ook particulieren raakten geïnspireerd door de moderne woonvormen. Een mooi voorbeeld is het huis dat wethouder K. Zwolsman van Wormerveer voor zichzelf liet bouwen naar een ontwerp van architect J. Evers uit Gouda; een praktisch gaaf bewaarde woning in de modernistische stijl aan de Johan Vermeerkade 12 in Wormerveer uit 1961. Ook de traditionele bouw werd overigens nog volop toegepast. In het nabij de Hoornselijn gelegen hoekje Provincialeweg, Frans Halsstraat en Hobbemastraat is een wijkje traditioneel gebouwde woningen bewaard gebleven die slechts op beperkte schaal zijn aangepast aan de moderne bouwvormen.

De Juliana van Stolbergschool bij de Hoornselijn in Zaandam, ca. 1965. Deze school inmiddels gemeentelijk monument. Foto: GAZ 92.01264

Nieuwe scholen in heldere kleuren
Het onderwijs maakte ook kennis met de vernieuwende ideeën over architectuur. Grote ramen en heldere gebouwen in frisse kleuren werden de norm. De Wethouder Jan Blankenschool, Populierenlaan 46 in Krommenie, een 10-klassige school voor lager onderwijs, uit 1955 is hiervan een goed voorbeeld: een school in gele bakstenen, ontworpen door architect H. Bunders uit Hilversum. Er zijn gelukkig nog veel van dit soort ‘moderne scholen’ bewaard gebleven, zoals de r.-k. lagere school (thans De Hoeksteen), Braillestraat 2 in Krommenie uit 1961, de openbare lagere school, Wandelweg 196 in Wormerveer uit 1957, de School met de Bijbel, Serooskerkestraat 74 in Krommenie uit 1958, de Groen van Prinstererschool, christelijke school voor U(itgebreid) L(ager) O(nderwijs) aan de Provincialeweg in Zaandam en de Dr. Albert Schweitzerschool aan de Wibautstraat in Zaandam uit 1958. Het toppunt van vernieuwende schoolarchitectuur blijft waarschijnlijk het Zaanlands Lyceum aan de Vincent van Goghweg in Zaandam uit 1964.
Maar ook hier werd een richtingenstrijd gevoerd. Architect C.F.L. v.d. Lubbe uit Den Haag ontwierp in 1954 voor het katholieke kerkbestuur in Krommenie, dat ook de katholieke scholen bestuurde, de Sint Petrusschool voor vglo met vijf lokalen in ‘plan West’ ten westen van de Eikelaan (later bekend als de Willem van Saendenstraat 14). Dit gebouw is een mooi voorbeeld van de Bossche School in de Zaanstreek. Van der Lubbe bouwde een heel (katholiek) oeuvre in Krommenie. Hij ontwierp ook de St. Jacobusschool aan de Snuiverstraat (1951-1952), de St. Petrus Bandenkerk (1952-1955), en het nonnenklooster aan de Snuiverstraat (1964-1965) tegenover de Petruskerk. Architect v.d. Lubbe werd de vormgever van het ‘Roomsche Leven’ in Krommenie tijdens de Wederopbouw.

Ontwerp Gereformeerde Vredekerk, Krommenie, 1967. Bron: GAZ OA 0205 Bouw-vergunningen Krommenie 194.

Een inventarisatie
Deze zomer heb ik met Cees Hooyschuur diverse malen op de fiets Zaanstad doorkruist. Wijk voor wijk hebben wij gekeken naar ‘beeldbepalende’ voorbeelden van de Wederopbouw- en Jonge Architectuur in de Zaanstreek. We vielen vaak van de ene verrassing in de andere. Een van de hoogtepunten was het bezoek aan de Sint-Jozefkerk in het Kogerveld. Nu de Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk aan de Dominee Martin Luther Kingweg en de Vredekerk in Krommenie zijn gesloopt resteert dit ultieme voorbeeld van moderne sacrale architectuur in de Zaanstreek.
De werkgroep wederopbouwarchitectuur, bestaande uit Cees Hooyschuur, Paul Carree en Cees Kingma, zal een voorlopige inventarisatie opstellen waarmee wij hopen het gemeentebestuur van Zaanstad te inspireren tot het formuleren van beleid t.a.v. ‘Wederopbouw en Jonge Architectuur’. Deze inventarisatie is geen eindproduct, maar een startpunt: een reisgids door het cultuurlandschap van de wederopbouw. Tevens is zij een aansporing voor de cultuurhistorische verenigingen in de Zaanstreek om nog eens goed in hun omgeving rond te kijken en suggesties te doen voor aanvullingen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft inmiddels uit de wederopbouw periode 30 woonkernen aangewezen als ‘gebieden met een bijzondere cultuurhistorische betekenis’ en circa 90 objecten als rijksmonument. Daaronder is ook de Paaskerk, Burgemeester Ter Laanplantsoen 21 in Zaandam.

Share Button

Nieuws archief